Teerputten

Veel Smilodon vondsten zijn uitgegraven uit teerputten die ooit als natuurlijke roofdier vallen werkten. Dieren werden bij toeval in het teer gevangen en werden lokaas voor de roofdieren die hierop afkwamen, waarop zij zelf gevangen raakten in de teerput.

 

De La Brea teerputten

Het best bekende voorbeeld hiervan zijn de La Brea teerputten van Los Angeles, welke de grootste verzameling fossielen van sabeltandkatten ter wereld hebben geproduceerd. De afzettingen van de putten zijn 40.000 tot 10.000 jaar geleden verzameld, in het late Pleistoceen. Hoewel de gevangen dieren snel werden bedolven konden roofdieren vaak nog ledematen van ze verwijderen, maar zij raakten daardoor zelf gevangen en vielen vervolgens zelf te prooi aan roofdieren; 90% van de opgegraven botten behoorden toe aan roofdieren.

 

De Talara teerputten

De Talara teerputten in Peru laten eenzelfde scenario zien, en ook hier zijn fossielen gevonden van Smilodon. In tegenstelling tot La Brea zijn veel van de botten daar in gebroken of versleten staat gevonden. Dit is mogelijk veroorzaakt doordat de lagen teer daar minder diep waren waardoor de dieren zich vrijer konden bewegen en de botten van eerdere slachtoffers beschadigden in hun wilde bewegingen. Veel van de roofdieren in Talara waren jongeren, wat mogelijk zou aantonen dat minder ervaren en minder sterke dieren een grotere kans hadden om gevangen te raken.

 

De kalkgrotten bij Lagoa

Hoewel Lund dacht dat de verzameling van Smilodon en herbivoor botten in de grotten bij Lagoa betekende dat Smilodon de grotten als nest gebruikte, is dit waarschijnlijk het resultaat van dieren die op het oppervlak stierven, waarna de overblijfselen door waterstromingen de grotten in werden gesleurd, sommige exemplaren zouden echter ook in de grotten kunnen zijn gestorven na erin verdwaald te zijn geraakt.

Bron: Wikipedia

De Sabeltandtijger uit de Noordzee

De Sabeltandtijger uit de Noordzee

De Sabeltandtijger uit de Noordzee
Nu bestellen