Sabeltand

Smilodon is lang een van de meest compleet bekende sabeltandkatten geweest, en is nog steeds de meest bekende van de groep, tot op het punt waar de meeste mensen geen onderscheid kennen tussen de twee. De term “sabeltand” is een voorbeeld van convergente evolutie waarbij een zelfde eigenschap bij verschillende, niet duidelijk verwante taxonomische groepen evolueert.

De term “sabeltand” refereert dan ook aan de evolutie van dezelfde eigenschap, de verlengde hoektanden en aangepaste botstructuur om deze te ondersteunen, bij verschillende groepen zoogdieren. Hier vallen leden onder van de Gorgonopsia, Thylacosmilidae, Machaeroidinae, Nimravidae, Barbourofelidae en Felidae.

Binnen de familie van de katachtigen (Felidae) worden leden van de subfamilie Machairodontinae sabeltandkatten genoemd, en deze groep is weer onderverdeeld in drie stammen: Metailurini, Homotherini en Smilodontini, waartoe Smilodon behoort. Leden van de Smilodontini worden gekarakteriseerd door hun lange slanke hoektanden met weinig tot geen kartelingen, Homotherini daarentegen werd getypeerd door hun kortere, bredere en meer afgeplatte tanden, met duidelijkere kartelingen. Leden van Metailurini waren minder gespecialiseerd en hadden kortere, minder platte hoektanden, en worden door sommige onderzoekers niet erkend als Machairodontinae.

 

Vroegste katachtigen

De vroegste katachtigen zijn bekend uit het Oligocene tijdvak van Europa, zoals de Proailurus, en de eerste met sabeltand kenmerken is het geslacht uit het Miocene tijdperk Pseudaelurus. De vervorming van de schedel en onderkaak bij de vroegste sabeltandkatten lijkt op die van de tegenwoordige nevelpanter (Neofelis). De lijn paste zich verder aan aan het doden van grote prooidieren door het ontwikkelen van verlengde hoektanden en een wijdere beet, waarbij ze inleverden op pure bijtkracht.

Terwijl hun hoektanden langer werden, werden de lichamen van de katten robuuster om prooi neer te klemmen. Hiervan afstammende soorten kregen een kortere ruggengraat en staart, zowel als kortere achterpoten.

De vroegste soort Smilodon is de S. gracilis, welke leefde van 2,5 miljoen – 500.000 jaar geleden, en was de opvolger in Noord-Amerika van de Megantereon van wie hij waarschijnlijk afstamde. Magentereon zelf was Amerika vanuit Eurazië tijdens het Plioceen binnen gekomen. Zo kwam ook Homotherium in Amerika aan. S. gracilis kwam in het vroege Pleistoceen in de noordelijke regionen van Zuid-Amerika aan als deel van de Great American Biotic Interchange (grote Amerikaanse biologische uitwisseling). De jongere Smilodon soorten zijn waarschijnlijk afgestamd van de S. gracilis. S. fatalis leefde 1,6 miljoen – 10.000 jaar geleden, en verving S. gracilis in Noord-Amerika. S. populator leefde 1 miljoen – 10.000 jaar geleden, het kwam voor in de oostelijke delen van Zuid-Amerika.

 

Tijger

Ondanks de naam “sabeltand tijger” is de Smilodon niet nauw verwant aan de moderne tijger (die in de subfamilie Pantherinae behoort), of welke andere moderne katachtige dan ook.

Een onderzoek uit 1992 op het DNA van de Smilodon suggereert dat het bij de moderne kat gegroepeerd zou moeten worden (subfamilies Felinae en Pantherinae). Een studie uit 2005 echter vond dat Smilodon tot een aparte lijn behoort. Dit werd bevestigd door een studie uit 2006 die liet zien dat Machairodontinae zich vroeg afsplitsten van de voorouders van de moderne katachtigen en niet nauw verwant waren aan welke levende soorten dan ook.

Bron: Wikipedia

De Sabeltandtijger uit de Noordzee

De Sabeltandtijger uit de Noordzee

De Sabeltandtijger uit de Noordzee
Nu bestellen